Toename hypotheekschuld; minder huizen ‘onder water’

Het aantal woningen dat ‘onder water’ staat is in zes jaar tijd fors afgenomen. In 2013 kampte ruim een derde van de woningeigenaren met een restschuld. Vorig jaar ging het nog slechts om 4%. Een en ander blijkt uit de hypotheekschuldmonitor en de aanpak van aflossingsvrije kredieten van het ministerie van Financiën. 

Minister Wopke Hoekstra van Financiën constateert in de monitor dat de financiële risico’s voor hypotheekhouders op een aantal punten in de afgelopen zes jaar zijn afgenomen. Zo blijkt dat steeds minder huishoudens bij het afsluiten van een hypotheek meer lenen dan de woningwaarde. Dat vermindert het risico op een restschuld.

Aandeel annuïtaire leningen stijgt

Uit de monitor blijkt verder dat een groter deel van de totale hypotheekschuld bestaat uit  hypotheken waarop volledig wordt afgelost. Het aandeel annuïtaire en lineaire leningen is toegenomen van 4 procent begin 2013 naar 26 procent eind 2018. Daarentegen is de hoeveelheid aflossingsvrije- en beleggingshypotheken afgenomen: van 445 miljard
euro (65%) in 2013 naar 396 miljard euro (55%) in het laatste kwartaal van 2018.
Minder restschuld
Verder kampen dus veel minder mensen met een restschuld als hun hypotheek afloopt. In 2014 hadden bijna anderhalf miljoen huishoudens een hypotheekschuld die de waarde van de eigen woning overtrof: 34% van het totaal aantal woningbezitters. Inmiddels is het percentage gezakt naar een krappe 4%.
Volgens Hoekstra zijn de gunstige resultaten mede te danken aan de strengere fiscale aflossingseisen en het maximeren van de zogeheten loan to value (LTV) op 100 procent. De LTV is het percentage dat mensen kunnen lenen in verhouding tot de waarde van het onderpand. Hoe lager dit percentage hoe groter de zekerheid dat de hypotheekhouder de schuld kan afbetalen. In vergelijking met het buitenland is de LTV-ratio in Nederland relatief hoog. Circa 60% van de starters leent 90% tot 100% van de woningwaarde. Dat is in veel andere Europese landen vaak niet mogelijk.
Hypotheekschuld stijgt
Toch zijn er ook zorgen. Hoekstra constateert dat de totale hypotheekschuld nog steeds stijgt. Deze bedroeg eind 2019 circa 722 miljard euro, een absoluut record. Gunstig daarbij is wel dat het aandeel van de absolute schuld in het bruto binnenlands product (bbp) is afgenomen met 100 miljard ten opzichte van de piek in 2012. De bbp is het bedrag wat we in Nederland met z’n allen verdienen.
Lees verder onder de afbeelding

Na 2010 zette een daling zich in van de hypotheekschuld ten opzichte van het bbp (bron DNB)
Zorgelijk is verder dat mensen steeds meer hypotheek opnemen ten opzichte van hun inkomen (Loan To Income). Een verklaring hiervoor is dat de woningprijzen forser zijn gestegen dan het huishoudelijk inkomen. Sinds 2015 is de maximale LTI licht aangescherpt op basis van normen van de Nibud. Hoekstra roept hypotheekadviseurs op om de consument te wijzen op betaalbaarheidsrisico’s en passende maandlasten.
Lees verder onder de afbeelding

In de laatste vijf jaar stijgt het hypothecaire deel ten opzichte van het inkomen (LTI)
Verder blijkt dat in 2018 circa 34% van de hypotheekhouders een nieuwe aflossingsvrije lening afsloot. Doorstromers en oversluiters met een hypotheek die afgesloten is vóór 2013 kunnen doorgaans tot 50% van de woningwaarde financieren met deze hypotheekvorm.
Risico’s aflossingsvrije hypotheken
Het kabinet is van plan om de financiële risico’s met aflossingsvrije hypotheken verder te verlagen. Minister Hoekstra en de Autoriteit Financiële Marken volgen met argusogen een pilot van de vier grootste banken die hun klanten benaderen met een riskante aflossingsvrije hypotheek. Uit deze voorlopige inventarisatie blijkt dat een deel van de klanten genoodzaakt is actie te ondernemen om problemen aan het einde van de looptijd te voorkomen. Alle hypotheekverstrekkers moeten voor 1 juli in beeld hebben hoeveel klanten maatregelen moeten nemen.

huizen onder water, hypotheek, Hypotheken en financiering, loan to income, loan to value, Nieuws, restschuld